fbpx

Autoriteit Persoonsgegevens waakhond voor rechters? ’t Rammelt…

Lancering nieuwe website Advocatenkantoor Hoogendoorn
Lancering website
30 juli 2019
Advocatekantoor Hoogendoorn Bestuursrecht
Dutch Data Protection Authority guard dog for judges? On shaky ground…
2 juni 2020

Autoriteit Persoonsgegevens waakhond voor rechters? ’t Rammelt…

Advocatekantoor Hoogendoorn Bestuursrecht
Mag de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (processtukken met) persoonsgegevens doorgeven aan de pers? En mag de Autoriteit Persoonsgegevens beslissen of dat mag? Deze vragen kwamen 02-06-2020 naar voren in een unieke rechtszaak. De uitkomsten? Die zijn onzeker.
In dit artikel bespreek ik hoe dit probleem ontstond. En hoe dit leidde tot vragen van de rechtbank Midden-Nederland aan het Hof van Justitie over hoe zij een wetsartikel moet uitleggen (prejudiciële vragen). Ook komen de mogelijke uitkomsten voor het Nederlandse rechtssysteem aan bod.

Om welke rechtszaken en welk wetsartikel draait het?

Het gaat om de zaken UTR 19/1627 AVG en UTR 19/1761 AVG. Deze lopen bij de rechtbank Midden-Nederland. In de genoemde rechtszaken ontstond twijfel over de betekenis van artikel 55, derde lid, van de AVG (de Algemene verordening gegevensbescherming) (ECLI:NL:RBMNE:2020:2028). De wet zegt hier dat de nationale ‘toezichthoudende autoriteiten niet competent zijn om toe te zien op verwerkingen door gerechten bij de uitoefening van hun rechterlijke taak’. Vrij vertaald: hoe de rechters omgaan met persoonsgegevens kan niet beoordeeld worden door de officiële privacywaakhond, de Autoriteit Persoonsgegevens.

Wat is het probleem?

In een zaak van een cliënt bij de Afdeling bestuursrechtspraak ontdekten we dat een journalist kopieën van de processtukken had; processtukken met (bijzondere) persoonsgegevens. Daarom vroegen we de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om opheldering. Die ging er tot onze verrassing echter niet (genoeg) inhoudelijk op in.

Autoriteit, kom in actie

Als advocatenkantoor hebben wij niet alleen een zwak voor mensen die hun nek uitsteken maar we zijn ook bereid, waar mogelijk, het zelf op te nemen tegen de gevestigde orde. Dus vroegen we de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om te handhaven; de aangewezen toezichthouder wat privacy betreft. De AP zei echter niet te mogen beslissen, op basis van artikel 55, derde lid, van de AVG.

Slager keurt zijn eigen vlees

De AP besloot wel het handhavingsverzoek door te sturen naar de AVG-commissie. Volgens haar schrijft artikel 2:3 van de Algemene wet bestuursrecht dit voor. Maar… in deze AVG-commissie zitten rechters. En de commissie is in het leven geroepen door:

De commissie geeft op verzoek advies over oplossing van klachten rondom de privacyrechten in de AVG. Maar dat zij dit ook voor – haar ‘eigen’ – gerecht doet, is net zoiets als de slager die zijn eigen vlees keurt…

Verzoek AP wordt ineens klacht

Ondertussen kreeg de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het besluit van de AP. Hij schreef ons vervolgens dat hij het handhavingsverzoek opvat als klacht op zijn reactie. Daarom stuurde hij het verzoek door naar de AVG-commissie voor advies.

En wat zegt de AVG-commissie?

Op 9 april 2019 gaf de AVG-commissie advies. Eerst meldde zij dat ze onafhankelijk genoeg is. Dit ondanks dat zij geen handhavende bevoegdheden heeft. En terwijl volgens haar de artikelen 53 en 54 van de AVG voor haar niet gelden; de spelregels voor oprichting en benoeming van leden. Weinig verrassend was het dan ook dat zij adviseerde de klacht ongegrond te verklaren. De reden? Volgens haar moet de pers mogen kijken in niet gepseudonimiseerde en/of niet geanonimiseerde processtukken. Dit zou bij het algemeen belang horen.

Aanbevelingen AVG-commissie

De AVG-commissie deed nog wel 2 aanbevelingen. Namelijk:

  1. duidelijk op de site van de Raad van State zetten dat media zich kunnen laten informeren over lopende zaken, en dat – en welke – dossierstukken voor hen klaarliggen om in te kijken; en
  2. de afspraken die met de media gemaakt zijn over inkijken van stukken en de instemming van journalisten op papier zetten. Tot nu toe moet de pers de stukken inleveren als ze het gebouw van de Raad van State verlaat. Ook ligt er een verbod op het kopiëren van de stukken. Maar de mogelijkheden van de moderne techniek (gebruik van smartphones in het bijzonder) maken het makkelijk stukken te fotograferen. Vandaar dat de commissie aanraadt dit punt mee te nemen in de afspraken met de pers.
  3. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde het advies, zonder toelichting. Hij nam daarbij alleen de eerste aanbeveling over.

Waar dwaalt de AP af?

Voordat de AVG-commissie advies gaf, maakten wij vanzelfsprekend op tijd bezwaar tegen de beslissing van de Autoriteit Persoonsgegevens. Zij rekt volgens ons het begrip ‘gerechtelijke taak’ op tot ver over de grenzen van haar natuurlijke betekenis. Dat deed ze door 2 dingen:

  • stellen dat de verwerking van de persoonsgegevens alleen gaat over processtukken laten inkijken.
  • die vrijwillige inzage aan journalisten zien als rechterlijke taak
Verder rekt de AP ook de begrippen ‘verwerking’ en ‘gerecht’ te ver op. Zij meent dat de volgende 3 punten namelijk ook niet vallen onder het wetsartikel 55, derde lid, van de AVG:

  • niet (op tijd) melden van een inbreuk in verband met persoonsgegevens bij de verwerkingsverantwoordelijke door de verwerker (art. 33, tweede lid, van de AVG
  • niet (op tijd) melden van een inbreuk in verband met persoonsgegevens bij de nationale toezichthoudende autoriteit door de verwerkingsverantwoordelijke (art. 33, tweede lid, van de AVG)
  • niet (op tijd) melden van een inbreuk in verband met persoonsgegevens bij betrokkene door de verwerkingsverantwoordelijke (art. 34, eerste lid, van de AVG).

Pers van waakhond naar schoothondje?

Wat in deze situatie ook meespeelt: hoe onafhankelijk is de journalistiek nog? Journalisten horen als publieke waakhond immers de overheid, dus ook de rechterlijke macht, tekst en uitleg te laten geven aan het publiek. Maar hoe doe je dat eerlijk, als een gerecht je als journalist vrijwillig laat meekijken in processtukken? En zonder dat het gerecht dit (mede) afhankelijk maakt van toestemming van partijen?
Dan dreig je als pers niet langer een waakhond te zijn maar eerder een schoothondje. Wie bijt immers de hand die hem (onrechtmatig) voedt?

Ook cliënt vroeg om handhaving

Ondertussen vroeg ook mijn cliënt de Autoriteit Persoonsgegevens te handhaven. Het antwoord? Op 23 april 2019 zei de AP niet te mogen beslissen. Opnieuw wees ze op artikel 55, derde lid, van de AVG. Ze vond dat de journalist ‘de zittingsinformatie’ kreeg voor een lopende hogerberoepszaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak. En dat openbaarheid daar onlosmakelijk bij hoort.

Mening AP: nodig voor vertrouwen …

Openbaarheid van de rechtspraak zorgt volgens de AP voor meer transparantie. En dat helpt mee aan het vertrouwen in de rechtbanken en hun onafhankelijkheid. Inzage geven in zittingsinformatie hoort volgens haar helemaal bij de rechterlijke taak. Dit keer stuurde ze het handhavingsverzoek trouwens niet door naar de AVG-commissie …

Rechtstreeks naar Hof van Justitie van de Europese Unie

We gingen in beroep toen de AP het bezwaar ongegrond verklaarde. Op onze vraag vond de AP het ook goed dat we het bezwaar van cliënt doorstuurden naar de Rechtbank Midden-Nederland. En wat deed die? Voor beide zaken aan het Hof van Justitie van de EU vragen hoe de wet uitgelegd moet worden (prejudiciële vragen).

Komt (bijna) nooit voor

Met deze stap omzeilt de rechtbank de volgorde die we normaal in Nederland hebben. Het is dan ook uniek dat zij, buiten de hoogste bestuursrechter om, naar het Hof stapt. Nog unieker is het, omdat ook bestuursrechters van de Rechtbank Midden-Nederland journalisten vrijwillig laten meekijken in processtukken.

Dit is de hoofdvraag van de rechtbank aan het Hof (in eenvoudiger woorden weergegeven):

Moeten we in Europa artikel 55, derde lid, van de AVG zo uitleggen: dat rechtbanken processtukken – of kopieën daarvan – met (bijzondere) persoonsgegevens kort mogen laten inkijken door journalisten, omdat dit valt onder ‘verwerkingen door de gerechten bij de uitoefening van hun rechterlijke taken’? En mag dat dan op de manier zoals die staat in deze verwijzingsuitspraak?

Dit zijn de subvragen van de rechtbank aan het Hof (in eenvoudiger woorden weergegeven):

Speelt bij beantwoording van de hoofdvraag het volgende mee:

a. of het onafhankelijke oordeel van de rechter in de concrete zaak in het nauw komt als de Autoriteit Persoonsgegevens deze vorm van gegevensverwerking controleert?

b. of journalisten door deze gegevensverwerking de gelegenheid krijgen beter verslag te doen van de openbare zitting. Helpen we met deze aard en dit doel inderdaad de openbaarheid en transparantie van rechtspraak?

c. of de gegevensverwerking een basis heeft in nationaal recht?

Wat gaat het Hof van Justitie van de Europese Unie zeggen?

Wat het Hof beslist, is moeilijk te voorspellen. Het Hof kan naar verschillende wetsartikelen kijken. Zoals:

  • artikel 55, lid 3, van de AVG
  • artikel 47 van het Handvest
In het genoemde artikel 55 staat volgens de EU juist dat de toezichthoudende autoriteiten voor hun gerechtswerk niet mogen controleren op de verwerking van persoonsgegevens. De reden? Om zeker te zijn dat de rechtbanken onafhankelijk zijn bij hun gerechtswerk, zoals besluiten nemen (artikel 47).

Hoe verhoudt zich dat tot andere wetsartikelen?

Er zijn ook artikelen die het tegenovergestelde zeggen. Zoals:

  • artikel 16, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
  • artikel 16, tweede lid, VWEU
  • artikel 39 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)
  • artikel 8, derde lid, van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie
In het eerste artikel staat dat iedereen recht heeft op bescherming van zijn persoonsgegevens. In de andere drie artikelen staat dat een onafhankelijke autoriteit hierop controleert bij de verwerking van deze gegevens. Deze artikelen zouden wel eens tot een antwoord kunnen leiden, dat we artikel 55, derde lid, dus anders moeten uitleggen …

EU vraagt om garanties

Hoe zit het volgens de EU verder met de controle op de gegevensverwerkingen voor het gerechtswerk? Zij vindt dat specifieke instanties binnen het rechtssysteem van – in ons geval – Nederland hierop mogen controleren. Dit zijn instanties die vooral moeten garanderen:

  • dat de naleving van de regels gegarandeerd is
  • leden van de rechterlijke macht sterker bewust maken van die plicht
  • klachten over die gegevensverwerkingen moeten behandelen.

Dat wringt…

Dit laatste wring natuurlijk stevig met de regeling waarmee de verwerkingsverantwoordelijke nu beslist over een klacht (of ze nu wel of niet om advies van de AVG-commissie vraagt). Het was logisch geweest dat de Nederlandse regering de controle goed zouden regelen; controle die duidelijk nodig is…

Dit gaat trouwens wel heel wat verder dan de twee beroepsprocedures en de prejudiciële verwijzingsprocedure; die draaien alleen om de (on)rechtmatigheid van de beslissing van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Hoe dan verder?

Het Hof kan twee dingen beslissen:

  1. dat de verwerking van het toezicht door de AP uitgesloten is.
  2. dat het niet oké is dat de verwerking van het toezicht door de AP uitgesloten is.
Welk antwoord het Hof ook geeft, de Nederlandse wetgever moet sowieso in actie komen. Als de AP wel bevoegd is betekent dit in gevallen als het onderhavige namelijk dat hoger beroep ingesteld moet worden bij de Afdeling bestuursrechtspraak (volgens artikel 8:105, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht) terwijl op zijn minst de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak als (derde) belanghebbende hierbij dan betrokken is… Uit de AVG volgt bovendien dat de competentie van de toezichthoudende autoriteit zich weliswaar niet mag uitstrekken tot de verwerking van persoonsgegevens door gerechten in het kader van hun gerechtelijke taken maar ook dat er wel sprake moet zijn van onafhankelijk toezicht. Dit volgt ook uit art. 16, tweede lid, VWEU, art. 39 VEU en art. 8, derde lid, van het Handvest.

Tot nu toe gaven prejudiciële vragen door de rechtbank bij het Hof vaak schokkende veranderingen …Dus, hou u vast.

Vragen en contact

Vragen naar aanleiding van dit artikel? Kom direct in contact met de bestuursrechtadvocaten van Advocatenkantoor Hoogendoorn. Wij hebben ruime ervaring met de verschillende organen binnen het bestuursrecht en staan altijd klaar om u of uw bedrijf te voorzien van juridische hulp op het gebied van:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *